Executieve vaardigheden: de breinkrachten van uw kind

Op de St. Antoniusschool vinden we het belangrijk dat kinderen niet alleen nieuwe dingen leren, maar ook leren hoe ze kunnen leren. Daarbij spelen executieve vaardigheden een grote rol. Dit zijn vaardigheden in het brein die kinderen helpen om hun gedrag te sturen. Je kunt ze zien als ‘breinkrachten’: net als spieren worden ze sterker als je ze vaak oefent.

Deze vaardigheden heb je nodig bij allerlei dagelijkse dingen. Denk aan je aandacht ergens bij houden, je werk plannen, op tijd komen, samenwerken met anderen, of je emoties onder controle houden. Als kinderen deze vaardigheden goed ontwikkelen, kunnen ze hun talenten beter gebruiken. Sterke executieve vaardigheden helpen kinderen zelfs meer dan alleen slimme kennis: zonder deze vaardigheden kunnen kinderen hun intelligentie minder goed inzetten.

Daarom besteden we op onze school bewust aandacht aan het versterken van deze breinkrachten. We willen kinderen meegeven wat ze nodig hebben om zelfstandig, zelfverzekerd en met plezier te leren.

Hoe oefenen we deze vaardigheden?

We gebruiken hiervoor de Wijzer in Executieve Functies (WIEF) van Zien in de Klas. Met deze methodiek leren kinderen op een speelse en duidelijke manier over de verschillende breinkrachten. Het besturen van een boot staat centraal: een leuk en begrijpelijk beeld dat laat zien welke ‘knoppen’ je in je hoofd kunt gebruiken.

Door korte spelletjes en eenvoudige opdrachten oefenen kinderen stap voor stap met de verschillende vaardigheden. Omdat we in alle groepen dezelfde woorden en dezelfde symbolen gebruiken, herkennen kinderen de vaardigheden steeds beter. Ze leren wat ze al goed kunnen en wat nog wat oefening nodig heeft. Zo krijgen zij meer inzicht in zichzelf en hun manier van leren.

 

Metafoor ‘Wijzer in Executieve Functies (WiEF)’

In WiEF (Wijzer in Executieve Functies) worden de executieve vaardigheden op een makkelijke manier uitgelegd. Het zijn er zeven.

Welke zeven executieve functies iedereen heeft wordt uitgelegd aan de hand van een praatplaat van een boot. De verschillende onderdelen van de boot worden met de leerlingen besproken “Waarom heeft een boot die onderdelen nodig om te varen?”:

 

 

 

 

 

 

Anker (inhibitie): heb je nodig om te remmen/je te richten.

Je hebt je anker nodig om te stoppen met waar je mee bezig bent en je aandacht bijvoorbeeld bij de uitleg van de juf of meester te houden. Maar ook om eerst na te denken en daarna pas aan het werk te gaan. 

Kompas (plannen en organiseren): plan maken hoe je gaat varen en welke spullen je nodig hebt onderweg, welke weg.

Je hebt je kompas nodig om te bedenken hoe je de taak gaat aanpakken en welke spullen je nodig hebt. 

   

Landkaart (werkgeheugen): om te onthouden welke route je vaart. 

Je hebt je landkaart nodig om te bedenken wat je al over een onderwerp weet en om nieuwe informatie te onthouden (bijvoorbeeld welke opdrachten je moet maken van de juf/meester, tussenantwoorden enz.).

 

Schroef (taakinitiatie): de boot in beweging brengen en laten varen.

Je hebt je schroef nodig om te kunnen starten aan je taak en door te kunnen werken.

 

Toerenteller (emotieregulatie): zodat de motor niet te warm of te koud wordt.

Je hebt je toerenteller nodig om goed met je emoties/gevoelens om te kunnen gaan zodat je bijvoorbeeld niet te boos of verdrietig wordt om een taak verder te kunnen maken.

Stuurwiel (flexibiliteit): kunnen sturen en bijsturen als er iets op je route komt

Je hebt je stuurwiel nodig om je plan aan te kunnen passen als iets anders gaat dan dat je dacht of gewend bent.

 

Kapiteinspet (metacognitie en zelfmonitoring): nadenken  over hoe de reis is gegaan.

Je hebt je kapiteinspet nodig om na te denken over hoe je de taak hebt aangepakt en wat er goed ging en wat je een volgende keer anders gaat doen. 

De bovenstaande beschrijving is overgenomen uit de ‘Voorbeeldles Metafoor’ van Zien in de klas. Zie: Home - ZIEN in de Klas